30-3-2026

Na de boekpresentatie

Tijdens de presentatie van ‘Onze Giro – de lange weg naar dichtbij’ heb ik drie korte fragmenten voorgelezen. Geen samenvatting van het boek, geen overzicht van de route, maar drie momenten die voor mij de kern raken van deze reis langs de grenzen van Italië. Samen vertellen die fragmenten waar Onze Giro uiteindelijk over gaat. Over fietsen, natuurlijk. Over vriendschap ook. Over landschappen, geschiedenis en schoonheid. Over verlies en nabijheid. Dus ook over mijn zoon Mattis, die ziek werd toen we aan onze queeste begonnen in 2022. En uiteindelijk op 26 april 2024 overleed aan de gevolgen van leukemie.
Onze Giro leerde mij over de wonderlijke ervaring dat je soms ver van huis juist dichter bij iets wezenlijks komt.

Door Gerard Dielessen

In het prachtige en bijzondere Amerongense wielercafé De Proloog presenteerden we gisteren Onze Giro onder bezielende leiding van Merijn Heijne. Eén van Mattis beste vrienden. Op het podium natuurlijk ook Oege Boonstra, vriend, fietsmaat en bedenker van het mooie plan om in een aantal jaren langs de grenzen van Italië te fietsen. Een echte Giro dus. Ook ex-profwielrenner en schrijver van het voorwoord Maarten Ducrot vertelde wat lang onderweg zijn op de fiets met je doet.

Een intense en warme bijeenkomst. Dat is wat ik na afloop van zo’n beetje alle ruim 130 aanwezigen terug hoorde.

Hoe staat de wind?

Terug naar de fragmenten, die ik voorlas. Het eerste speelde zich af aan het Lago di Como. Vroeg in de ochtend, bij het begin van de tocht. Het meer lag er stil bij. Nauwelijks geluid. Alleen het ritme van de fietsen, de belofte van een lange dag, en dan opeens een bericht van Mattis op mijn telefoon. Kort, direct, zoals hij was: hoe staat de wind?

Dat ene bericht zei veel. Mattis leefde intens mee met onze tocht. Hij dacht mee over route, ritme, doseren, eten, omstandigheden. Zelfs toen zijn eigen wereld kleiner werd, bleef hij betrokken bij de onze. Alsof hij vanaf afstand toch naast ons reed.

Juist dat maakte deze reis vanaf het begin bijzonder. Nabijheid zit niet altijd in fysiek samenzijn. Soms zit nabijheid in een stem, een gedachte, een appje, een advies dat blijft hangen. Je kunt ver van huis zijn en toch voelen dat iemand dichtbij is.

De Muur van Corigliano

Het tweede fragment voerde naar Calabrië, waar Italië een ruwer gezicht liet zien. Een etappe die begon onder redelijke omstandigheden, maar gaandeweg veranderde in een dag van klimmen, regen, kou en improviseren. Vanuit Rossano reden we omhoog, richting het bergland van de Sila. De klim was zwaar, het weer sloeg om, en wat eerst een gewone fietsdag leek, werd een beproeving.

Later noemden we dat stuk de Muur van Corigliano. Niet omdat het heroïsch moest klinken, maar omdat het ook echt zo voelde. Daarna was er vooral regen. Urenlang. Mist, natte kleren, kou in het lijf. Het soort weer dat iedere illusie van controle wegspoelt.

Toch bleef juist die dag me bij. Niet omdat we iets overwonnen, maar omdat we op tijd konden schuilen. Diep in het Sila-massief van Calabrië vonden we een eenvoudig hotel aan een meer. Daar kwamen we aan: verkleumd, moe, opgelucht. Buiten de regen, binnen de warmte van droge kleren, een kom soep, een haardvuur. Ook dat is reizen. Niet alleen de schoonheid van kerken, pleinen, kusten en vergezichten, maar ook de dankbaarheid voor een plek die precies op tijd opduikt. Soms bestaat de waarde van een etappe niet uit wat je hebt bereikt, maar uit wat je onderweg krijgt aangereikt.

Het derde fragment, dat ik voorlas, ging over Napels. Of beter gezegd: over het plan om dwars door Napels te fietsen. Mattis vond dat een idioot idee. Te gevaarlijk, te druk, te onvoorspelbaar. Zijn oordeel was duidelijk en geestig tegelijk: krankjorum. Dat woord bleef.

Na zijn overlijden veranderde de tocht ingrijpend van betekenis. In mei 2024 gingen we niet op pad. Later wel. Met een ander gewicht, een andere stilte, een andere onderstroom. Toen we uiteindelijk door Napels reden, droeg ik een paar fietssokken die ik kort na zijn overlijden van zijn partner Brigitte had gekregen. Op de ene sok stond Crank, op de andere Jorum. Krankjorum.

Voor buitenstaanders was dat een detail. Voor mij niet. Terwijl we door het chaotische verkeer van Napels reden, was Mattis daar opnieuw. Niet letterlijk, niet zichtbaar, maar in alles aanwezig. In een woord. In een herinnering. In een paar sokken. In de glimlach die daarbij hoorde. 

De lange weg naar dichtbij gaat altijd verder

Misschien is dat uiteindelijk wat ‘de lange weg naar dichtbij’ betekent. Dat afstand niet altijd verwijdering is. Dat een reis niet alleen gaat over kilometers maken, maar ook over naderen. Dat rouw zich niet buiten de tocht houdt, maar meebeweegt. En dat iemand die er niet meer is, onderweg toch aanwezig kan blijven. De lange weg naar dichtbij gaat immers altijd verder.

De drie fragmenten die ik tijdens de presentatie voorlas, waren voor mij daarom meer dan losse scènes uit het boek. Ze vormden samen een kleine sleutel tot wat deze Giro is geworden: een tocht door Italië, maar ook een tocht door herinnering, vriendschap en verlies.

Dat is misschien wel het meest bijzondere van op deze manier reizen.

Dat je soms pas onderweg ontdekt wat er werkelijk met je meereist.

Delen